Een groot bord hangt aan de gevel van een gebouw dat meer valt dan staat. ‘Antiek en curiosa’. Daaronder: ‘De Mosselman’. De naam voorspelt al niet veel goeds. Wie bedenkt zoiets? Kijk, als je nu Mosselman van je achternaam heet, dan is het tot daaraan toe. Maar dan nog noem je je antiekwinkel uit puur respect voor de eventuele koper gewoon niet De Mosselman. Nog erger: de eigenaar heet helemaal geen Mosselman, maar bedacht dat De Mosselman een oud Nederlands liedje is (overigens ook een prachtig zang – en drankspel) en dat antiek toevallig ook oud is. Nou, dan is de naam inderdaad snel verzonnen.
Ach, ik kan het enigszins van me afzetten, totdat ik door de grote deur een donkere ruimte binnen stap. Enorme hopen spullen stapelen zich tegen de wand van de grote loods op. De gangpaden zijn afgebakend door langs de zijkant geplaatste spulletjes. Elk plekje is benut door antiek/ curiosa.
Het eerste gangpad ga ik links, waar ik direct een mooie houten tafel zie staan met een grote sticker ‘Verkocht’ er op. Aan de tafel zijn keurig zes kroeg-achtige stoeltjes geschoven. Ik blijf staan en voel aan het hout. Dat schijn je te moeten doen in zo’n winkel. Niet alleen kijken, ook voelen, omdraaien, op kloppen en eventueel nog even de neus langs de goederen laten gaan. Laat het op je inwerken, is mijn tip.
Ik sta daar die stoeltjes dus op me te laten inwerken als een wat uitgedijde man (lees: hij stoot al het antiek van de plaats met zijn zwemband) met een enorme jampotbril mijn kant op komt. Ik denk dat hij me aankijkt. Dat weet je nooit met die jampotbrillen. Ik gok de eigenaar. Hij heeft me zien voelen aan het hout en bestempelt me direct als een kenner. “Ja mevrouwtje, dat zijn nu echt Thonet-stoeltjes.” Hij puft wat adem uit na het voltooien van die zin. “Thorme-wattes?”, vraag ik. (Geef toe, jij zou dat ook doen. Toch?) “Kent u Thonet niet, mevrouw?” “Uhhhh, nee, meneertje.” “Nou, dan heeft die gesprek totaal geen zin”, antwoordt de mogelijke Mosselman gedecideerd. Diep beledigd en met een zelfcomplex van de zes Thonet-stoeltjes tot de kleding aan de achterkant van de loods besluit ik Dhr. Mosselmania achter me te laten.
De Mosselman heeft alles. Van kleding tot schoenen, van reiskoffers tot strips, van sleutelhangers tot complete computers. Maar een ding valt op. Midden in de zaal staat een tafel vol met alle spullen die Coca Cola ooit op de markt heeft gebracht. En het meest fascinerende: een hele verzameling Cola-blikjes. Ik heb ze niet geteld, maar er moeten minstens 200 lege blikjes staan. Keurig op een rijtje, allemaal om de klant te behagen. Ze staan niet alleen uitgestald op de donkerhouten tafel, maar ook in Chiquita-dozen onder, naast en tegenover de tafel. Iemand heeft dus ooit bedacht dat hij of zij Cola-blikjes het verzamelen waard vond. Een hebbeding, een must have, een waar collectorsitem. Zoveel waard dat hij of zij bedacht elk Cola-blikje dat opgedronken werd, te bewaren. Because they’re worth it. Toegegeven: elk blikje is intact en ik weet bijna zeker dat je een gratis Cola-hoed (zo’n Heinekenhoed maar dan van het merk Coca Cola) kunt krijgen als je de Bebrilde Dikzak lief aankijkt.
Weet je wat nu het mooie is van De Mosselman? Hij gebruikt de antiek/curiosa voor eigen gebruik. Overal in de zaak staan op strategische punten, onder een tafel, op een koelkast, tussen wat kleding, naast een radio, asbakken. En in elke asbak liggen keurig drie of vier uitgedrukte sigaretten. Allen zijn ze zwaar tot het filter afgelurkt en keihard met de kop tegen het koude steen van hun laatste rustplaats gedrukt.
Dat is nu verkopen, zeg ik je! Laat zien wat zo’n ding doet. Anders sta ik er ook alleen maar verdwaasd naar te kijken. Zeker bij een asbak. Die is namelijk multifunctioneel. Gebruik ‘m als schaaltje voor de olijven, als zeepbakje, als bakje waarin je je handen kunt wassen na het ontpellen van garnalen, etc etc. De Mosselman heeft, zo slim als hij is, alvast het heft in eigen handen genomen en de koper direct uit de verwarring geholpen. ‘Nee, wat je ook denkt: dit is een asbak, want kijk er liggen peuken in.’ Das nu nog eens marketing.
De Mosselman: antiek en curiosa. Wat mij betreft mag het stuk met ‘antiek’ wel van de gevel vallen. En liever:
De Mosselman: curieus in zijn curiositeit
(bij elke aankoop een Cola-blikje gratis)
Das pas marketing.
