donderdag 11 februari 2010

Herman en ik

Ik had een nieuwe telefoon nodig. Samsung, ooit gedacht dat dit mijn trouwe vriend was, bleek het na een maand te begeven. Ik ging voor de Nokia. Op naar de BelWinkel. Ik kom binnen, snuf een beetje nonchi rond en blijf dan voor de etalage met glinsterende, mij toelachende Nokia’s staan. Snel corrigeer ik mezelf: ik wil iets praktisch, zonder snufjes, zonder toeters en bellen. Ik wil sms’en en bellen, that’s it.

Al snel merkt een medewerker mijn dralende gedrag op. Wat in mijn hoofd afspeelt, uit zich meestal in mijn gedrag. Zo kan ik ook nooit zittend bellen, maar loop ik vaak een kilometer per telefoongesprek. Misschien moet de medewerker dit ook weten. Hij stapt op me af: “Mevrouw, kan ik u ergens mee helpen?” Ik draai me om. “Nou, graag.” De man die voor me staat is het prototype Herman. Omdat ik geen naamkaartje op zijn BelWinkel-blouse zie staan, noem ik hem dan ook maar Herman.

“Luister Herman, ik wil iets praktisch.” Ik gooi het hele ik-ben-lekker-alternatief-en-doe-niet-aan-alle-laatste-telefoontrends-mee riedeltje eruit. Herman kijkt verbaasd. Ik zie dat hij me inschat: Jonge meid, 20 jaar (je moet jezelf altijd een paar jaartjes extra geven!), leuke kleding, leuk koppie (beetje arrogantie mag ook). Niet het type dat een simpele Nokia koopt. Mijn type wil flitsend, piepend, trillend, internet, bluetooth, gadgets, spelletjes en nog veel meer. Dat wil ik, volgens Herman dan. Op mijn beurt schat ik Herman in: nerderig brilletje = nerd, de BelWinkel-blouse strak om zijn buik gespannen = te dik, een oog kijkt me aan, de andere kijkt richting de opening van mijn jas = bewust loensgedrag, zenuwachtig heen en weer lopend tussen de etalage en zijn computer = zenuwachtig door het stuk vrouwelijk schoon dat voor hem staat. Zoals ik al zei: arrogant zijn mag.

Herman en ik beginnen op basis van onze vooroordelen te handelen. En dat is ronduit grappig en super ongemakkelijk. Ik maak grapjes over Telfort en KPN, maar ook probeer ik met hem te levelen op het gebied van geheugenkaarten, telefoonhoesjes en MMS-SMS-GPS. Nog grappiger vind ik de situatie waarin me samen belanden als ik vraag of Herman al mijn foto’s en smsjes over wil zetten op de nieuwe Nokia. Niet alle foto’s en smsjes zijn voor andermans ogen bestemd, maar ik besluit Hermanus te testen. Het resultaat: hij begeeft het bijna. Erg grappig om te zien. Ik maak dus grapjes, en geloof me, als ik zeg dat ik grapjes maak, dan ben ik GRAPPIG! Lachen, gieren, brullen-grappig! Maar Herman lacht niet. Herman kijkt van zijn computerscherm naar mijn mobiel en van mijn mobiel naar zijn toetsenbord. Puur angstzweet verschijnt op zijn hoofd.

Ik eindig met een supersimpele Nokia van twee seizoenen geleden. Terwijl ik mijn spulletjes bij elkaar pak, bedenk ik dat al dat levelen helemaal geen zin heeft. Herman is anders en wij zullen nooit eens lekker op hetzelfde niveau kunnen kletsen. Ik besluit Herman maar ‘een raar mannetje’ te vinden en loop weg. Vlak voordat ik de winkel uitstap, hoor ik Herman nog net met zijn collega’s gniffelen: “Gnegnegne, wat een rare meid!” Zo, dat stukje wie-de-bal-kaatst-kan-‘m-terug-verwachten kan ik mooi in mijn zak steken….

0 reacties:

Een reactie plaatsen